Skip to content. | Skip to navigation

Personal tools

You are here: Home
1378 items matching your search terms.
Filter the results.
Item type


































New items since



Sort by relevance · date (newest first) · alphabetically
Article Reference Digitalisation des collections de Spy à l'aide de la plateforme MARS (Multimedia Archaeological Research System).
24. Semal P., Convent D., Wannijn L. & Cauwe N., 2005. Digitalisation des collections de Spy à l'aide de la plateforme MARS (Multimedia Archaeological Research System). .
Located in Library / RBINS Staff Publications
Article Reference Les restes humains du site d'Ishango (République Démocratique du Congo). Leur contribution à l'étude de la diversité fossile au début du Late Stone Age
Located in Library / RBINS Staff Publications
Article Reference L’enfant néandertalien de la grotte de Spy. Sa place au sein de la variabilité fossile.
Located in Library / RBINS Staff Publications
Incollection Reference La grotte de Spy (Jemeppe-sur-Sambre ; prov. Namur)
Located in Library / RBINS Staff Publications
Inbook Reference A Short Introduction to the Geology of the Mons Basin and the Iguanodon Sinkhole, Belgium
Located in Library / RBINS Staff Publications
Article Reference Suggested guidelines for invasive sampling of hominid remains
Located in Library / RBINS Staff Publications
Incollection Reference Tandheelkunde in de paleoantropologie
Located in Library / RBINS Staff Publications
Article Reference Taxonomic specificity of fossil collagen molecules in enzyme linked immuno assay
Located in Library / RBINS Staff Publications
Manual Reference Paleontologie
De wetenschappelijke uitstraling van de afdelingen 10, 11 en 12 is door het grote aantal wetenschappelijke publicaties, vooral deze met hoge ranking (bv. Nature en Science), en door de sterke vertegenwoordiging op internationale congressen en de talrijke mandaten in internationale verenigingen vergelijkbaar met deze van de betere wetenschappelijke instellingen en universiteiten van België. De wetenschappelijke expertise van de afdelingen geniet mondiale erkenning, te oordelen naar het grote aantal aanvragen voor supervisie van doctoraats‐en mastersthesissen en voor deelname aan nationale en internationale jury’s voor de beoordeling ervan (in totaal 35 in 2011) en voor de review van manuscripten voor wetenschappelijke tijdschriften (31) en van buitenlandse wetenschappelijke projecten (4). In 2011 waren er wetenschappelijke samenwerkingsverbanden met 18 Belgische en 155 buitenlandese instellingen, het merendeel (85 %) binnen Europa. De belangstelling bij het publiek en de media voor de paleontologie als onderzoeksrichting was ook in 2011 heel sterk, zoals bleek uit de talrijke interviews in dagbladen, deelname aan radio‐ en TV‐programma’s en de toenemende vraag naar stagebegeleiding, determinatie van fossielen en voordrachten voor binnen‐ en buitenlandse verenigingen. Talrijke jongeren manifesteerden hun belangstelling voor de paleontologie als toekomstkeuze, wat als een zeer verheugende evolutie kan aanzien worden. De opgravingen in de klassieke gebieden konden worden verdergezet (Vastan, Indië, Liaoling – China, Peru en de Europese regio), waarbij een aantal nieuwe regio’s werden gescreend (Centraal‐ en Oost‐Europa, Centraal‐ en Noord‐Sulawesi, Indonesië en de Qianshan regio in de Provincie Anhui, China). Het stratigrafisch onderzoek van de Devoon sequenties in België, de Paleogene sequenties in Zuid‐Frankrijk, Noord‐Afrika en Kazakhstan, de Quartaire loessequenties in Eurazië en karstfenomenen in België, alsook de traditionele paleontologische thema’s (studie van dinosauriërs, ichthyosauriërs, koralen, vissen, brachiopoden, otolieten, Paleogene en Quartaire zoogdieren, Neogene walvissen) werden voortgezet. Het paleontologisch onderzoek kon ook rekenen op belangrijke extra‐financiële middelen, waaronder een aantal buitenlandse bronnen. Een doctoraatsstudent en vier masterstudenten beëindigden hun eindwerk in samenwerking met het departement Paleontologie. Elf doctorandi en 8 Masterstudenten specialiseren zich verder in 2011 onder begeleiding van de wetenschappers van het departement in verschillende domeinen van de paleontologie: micropaleontologie, invertebraten en vertebraten. De meerderheid van de medewerkers van het departement was in 2011 intensief betrokken bij de verdere reorganisatie van de Janletzaal en de Kloosterzaal en de updating van de paleontologische collecties van het KBIN met als belangrijkste activiteiten: (1) de voorbereidingen aan de nieuw in te richten mosasauriërzaal, (2) de medewerking aan de tentoonstelling “From Brussels Xiè Xiè Shanghai” te Tour & Taxis te Brussel en aan de tentoonstelling “Du Mammouth à l’agriculture – l’Homme préhistorique dans son environnement” aan de Faculté Polytechnique de Mons, (3), de medewerking aan de Opendeurdag “Dinos News Day”aan het KBIN, (4) talrijke rondleidingen voor binnen‐ en buitenlandse groepen en delegaties, (5) de studie van de paleontologische collecties van het KBIN en (6) de verderzetting van de inventarisatie en de digitalisatie van de paleontologische collectie. Sinds 2003 is de bezettingsgraad van de statutaire wetenschappers gehalveerd (daling met 5 voltijdse mandaten: 5.00 i.p.v. 10.00, ‐6 versus +1), waardoor er in afdeling 10, vanaf oktober 2008, nog slechts 1, en in afdeling 11, reeds sinds 2006, zelfs geen enkele statutaire wetenschapper meer huist. Deze negatieve trend zal zich in de komende jaren verder blijven doorzetten met de opruststelling in 2012 van een voltijdse wetenschapper (J.‐G. CASIER), waardoor afdeling 10 dan ook alle statutaire wetenschappers verliest. Vooral het technisch personeelsbestand zal flink uitgedund worden (2 voltijdse betrekkingen). Niettegenstaande deze drastische daling in het personeelsbestand en het feit dat het takenpakket stelselmatig werd uitgebreid door de talrijke renovatie‐ en restauratiewerken, is de wetenschappelijke output gelijk gebleven, wat wijst op een sterke inzet van het personeel. Met deze sterk afgezwakte personeelsbezetting zal het in de nabije toekomst echter niet meer mogelijk zijn om het ons toevertrouwde takenpakket integraal uit te voeren. Nieuwe aanwervingen dringen zich op (tenminste 1 statutaire wetenschapper voor elke afdeling, en 2 statutaire technici voor de 3 afdelingen) indien we onze wetenschappelijke reputatie en het beheer van één van de grootste collecties van het instituut voor de toekomst veilig willen stellen. De finalisatie van de recruteringsprocedure voor de aanwerving van 1 statutaire technicus in het voorjaar van 2009 was een eerste stap in de goede richting.
Located in Library / RBINS Staff Publications
Article Reference Intra- and Intertaxon stable O and C isotope variability of fossil fish otoliths: an early Eocene test case
Knowledge of basic data variability is essential for the interpretation of any proxy-based paleotemperature record. To evaluate this for δ18O stable isotope paleothermometry based on early Paleogene fish otoliths from marginal marine environments, an intra- and interspecific stable O and C isotope study was performed at a single locality in the southern North Sea Basin (Ampe Quarry, Egem, Belgium), where shallow marine sands and silts are exposed. The age of the deposits is early late Ypresian (ca. 50.9 Ma) and falls within the early Eocene climatic optimum (EECO) interval. In each of four fossiliferous levels sampled, the same three otolith species were analyzed (Platycephalus janeti, Paraconger papointi and “genus Neobythitinorum” subregularis). Intrataxon stable isotope spread amounts on average 2.50-3.00‰ for all taxa and is present in all levels. This implies that each sample level comprises substantial variability, which can be attributed to a combination of temporal and taphonomic effects. More importantly, intertaxon offsets of 4.60‰ in δ13C and 2.20‰ in δ18O between the mean values of the three otolith species are found, with “N.” subregularis representing more positive values relative to the other species. We hypothesize that freshwater influence of coastal waters is the most likely cause for these discrepancies. Similar analyses on two coastal bivalve species (Venericardia sulcata and Callista laevigata) corroborate this hypothesis. Accordingly, δ18O values measured on “N.” subregularis otoliths probably represent a more open oce- anic signal, and therefore seem well-suited for δ18O stable isotope paleothermometry. This study highlights the importance of investigating data variability of a biogenic carbonate paleotemperature proxy at the species level, before applying paleotemperature equations and interpreting the outcome.
Located in Library / RBINS Staff Publications